Samen bouwen aan impact – In gesprek met Monique Spaan, Jane Goodall Instituut Nederland

Impact maak je niet alleen. Daarom werken we samen met organisaties die zich inzetten voor natuur, onderwijs, cultuur en lokale gemeenschappen. Als B Corp nemen we verantwoordelijkheid voor onze rol — binnen de bouwsector én daarbuiten.

In deze interviewserie spreken we de mensen achter de initiatieven die we steunen. Wat willen zij veranderen? Wat is daarvoor nodig? En welke rol kunnen bedrijven spelen, zoals wij bij KUBUS?

Monique Spaan is country manager van het Jane Goodall Instituut Nederland. We spreken haar over hoe de organisatie het levenswerk van Dr. Jane Goodall voortzet: de bescherming van chimpansees en hun leefgebied in Afrika, en het inspireren van mensen wereldwijd om bij te dragen aan een gezondere planeet.

Lees verder onder de afbeelding.

Jane Goodall
Jane Goodall met dorpsbewoners in Tanzania.

Waar staat het Jane Goodall Instituut voor?
Monique: “Jane Goodalls grootste droom was een wereld die in balans leeft — mens, dier en natuur. Vanuit die droom richt het instituut zich op de groene middengordel van Afrika, waar de chimpansee leeft. De chimpansee is wat je een paraplusoort noemt: bescherm je die, dan bescherm je automatisch het hele ecosysteem daaromheen — alle planten, dieren en processen die samen dat leefgebied in stand houden. We werken op drie pijlers: het herstellen van leefgebieden, het betrekken van lokale gemeenschappen en het bestrijden van stroperij. Al die elementen samen dragen bij aan Jane’s visie: mens en natuur die in harmonie samenleven, zonder de natuur uit te putten.

Hoe is de organisatie ontstaan?
“Jane vertrok in de jaren zestig als jonge vrouw naar Afrika, met de droom om met wilde dieren te leven. In die tijd was dat ondenkbaar: vrouwen deden dat niet, zeker niet alleen en zeker niet zonder universitaire opleiding. Ze spaarde geld bij elkaar, deed een secretaresseopleiding — want dat deed je als vrouw in die tijd — pakte de boot en kwam bij toeval terecht bij de paleoanthropoloog Louis Leakey. Die zag in haar het geduld en het observatievermogen dat hij zocht, en gaf haar de kans om echt onderzoek te doen. Zo begon het langstlopende primatenonderzoek ter wereld, meer dan 65 jaar geleden, en het loopt nog steeds.

Halverwege de jaren tachtig maakte Jane een rondvlucht over de regio en zag vanuit het vliegtuig hoe kaal de heuvels waren geworden. Wat ze ooit als weelderig groen bos kende, was grotendeels verdwenen. Dat beeld liet haar niet meer los. Gaandeweg verschoof haar rol: van onderzoeker naar iemand die de wereld wakker wilde schudden. Ze richtte opvangcentra op, startte herbebossingsprojecten en zocht de samenwerking met lokale gemeenschappen. In 1977 richtte ze het instituut op. Inmiddels zijn we een netwerk van meer dan 30 vestigingen wereldwijd, waarvan de Nederlandse al 27 jaar bestaat.”

Waar zit de kern van het probleem dat jullie aanpakken?
“Dat zijn wij als mens, eigenlijk. We nemen meer dan we teruggeven. De balans tussen mens en natuur is zoek. In de gebieden waar wij werken verdwijnen leefgebieden, worden bomen gekapt voor hout en worden dieren gevangen. Chimpansees hebben die bomen nodig — ze slapen erin. Maar de lokale bevolking heeft ze ook nodig. Als je dat niet aanpakt, stapelen de problemen zich op: erosie, leefgebieden die te klein worden, mens-dierconflicten. En doordat chimpansees genetisch zo nauw verwant zijn aan mensen, lopen ze makkelijk onze ziektes op. Het is een domino-effect.”

Lees verder onder de afbeeldingen.

De bescherming van chimpansees en hun leefgebieden door Jane Goodall Instituut
Chimpansee Tabora slingert door de bomen in Gombe National Park.
Een voorbeeld van agroforestry van het Tacare-programma van het Jane Goodall instituut.
Tacare in Tanzania.
Agroforestry
Agroforestry.

Hoe pakken jullie dat aan?
“Via ons Tacare-programma — dat staat voor Take Care. We werken altijd samen met lokale gemeenschappen, en willen uiteindelijk weer weggaan. Wij komen niet om vanuit Europa de oplossingen te brengen. We luisteren: wat hebben jullie nodig? Waar zien jullie zelf kansen? Want zonder hun commitment blijft niets duurzaam. We kunnen veel bomen planten, maar als de gemeenschap ze daarna omhakt, schiet je niets op. We willen dat mensen zelf de natuurbeschermers worden van hun regio. In Tanzania werken we bijvoorbeeld met drie gemeenschappen aan agroforestry. We helpen ze compost maken, grond bewerken, gewassen verbouwen en dat uiteindelijk ook verkopen. Zo hebben ze een eigen inkomen en hoeven ze de natuur niet meer in voor hulpbronnen.”

Kinderen spelen ook een rol in jullie aanpak. Hoe zit dat?
Roots & Shoots is daar een belangrijk onderdeel van; ons jongerenprogramma dat actief is in bijna 60 landen. Als we een gebied herbebossen, betrekken we ook de scholen. Kinderen leren hoe ze uit een zaadje een boom laten groeien en krijgen er één mee om zelf te planten. Niemand hakt die boom meer om. Ze leren van jongs af aan hoe ze met de natuur kunnen samenwerken. En soms zie je dat thuis de rollen omdraaien — dat een kind zijn vader aankijkt en zegt: ‘Hé pap, jij haalt toch ook wel eens iets uit het bos dat eigenlijk niet mag?’ Als de volgende generatie dat soort gesprekken voert, weet je dat er iets wezenlijks verandert.”

Het interview gaat verder onder de afbeelding.

Hafsa Ramadhan is werkzaam in de dorpskwekerij van het dorp Makongoro, waar ze passievruchten, mandarijnen, mango's, bonen, pijnbomen en massopsis kweekt.
Hafsa Ramadhan is werkzaam in de dorpskwekerij van het dorp Makongoro, waar ze passievruchten, mandarijnen, mango’s, bonen, pijnbomen en massopsis kweekt.

Waarom is samenwerking met bedrijven zo belangrijk voor jullie werk?
“Bedrijven zoals KUBUS voelen een commitment om iets terug te geven. Wij hebben de expertise en de lokale netwerken in Afrika om echt verschil te maken — we weten hoe we natuur herstellen, waar we bomen planten en met wie. Die kennis kunnen we goed combineren met de wens van bedrijven om bij te dragen aan CO₂-compensatie of natuurherstel. Zo versterken we elkaar.”

Waar hopen jullie over vijf tot tien jaar te staan?
“Onze droom is dat de natuur de ruimte krijgt om te herstellen. Meer aaneengesloten groene gebieden, zodat dieren zich vrijer kunnen bewegen via corridors tussen leefgebieden. Nu zijn het vaak kleine geïsoleerde stukken groen, en dat is slecht voor de populaties. Voor chimpansees betekent isolatie bijvoorbeeld inteelt, waardoor de soort verzwakt. Idealiter wordt het weer één groot verbonden leefgebied — goed voor de dieren én voor CO₂-reductie wereldwijd. Zoals Jane altijd zei: ‘De aarde is ons enige thuis. Een bedrijf kan floreren, een economie kan groeien — maar zonder een gezonde planeet bouwen we op drijfzand.’”

logo samen bouwen aan impact