Jan Schevers ontwerpt woningbouwproject op inbreidingslocatie centrum Eindhoven
Naast het kantoor van KUBUS worden 26 nieuwe appartementen gebouwd. Architect Jan Schevers van Open Architecture Office (OAO) ontwierp het complex voor Brabants Wonen. Ook is hij docent aan de TU Eindhoven (TU/e). Die twee rollen lopen in de praktijk door elkaar. “Mijn praktijk voedt mijn onderwijs, en andersom”, vertelt Jan.
Dat vertaalt zich in hoe hij projecten aanpakt. In zijn bureau werkt hij ontwerpen stap voor stap uit en loopt hij tegen concrete vragen aan: klopt een detail, werkt een ruimte, is iets maakbaar? Diezelfde vragen legt hij ook aan zijn studenten voor. Studenten kijken hier dan weer met een frisse, niet alledaagse blik naar, waardoor Jan zijn eigen keuzes opnieuw tegen het licht houdt.
Van eerste idee naar ontwerp: beginnen zonder zekerheden
Het project aan de Stuiverstraat begon letterlijk klein. “Het eerste ontwerp presenteerde ik als maquette in een sigarenkistje”, vertelt Jan. “Een ludieke verwijzing naar de sigarenfabriek die hier tussen 1897 en 1915 stond.” Het bleek het startpunt van een lang proces waarin het ontwerp zich gestaag ontwikkelde. Al vroeg werd duidelijk dat aannames over de locatie niet klopten, waardoor het plan meerdere keren moest worden herzien.
“In eerste instantie baal je dan, maar uiteindelijk is het heel goed geweest, omdat het ons dwong opnieuw naar de plek te kijken”, vertelt Jan. In plaats van kleine aanpassingen te doen, ging het ontwerp terug naar de basis. Hoe beweeg je door het gebied? Waar zitten zichtlijnen? Hoe verhoudt het perceel zich tot de straat? Door die vragen opnieuw te stellen, ontstond een ontwerp dat beter aansluit op de omgeving. Deze manier van werken, met veel iteraties en momenten van heroverwegen, leidt tot een zorgvuldig uitgewerkt woningbouwproject dat goed reageert op de gevoelige locatie.
Lees verder onder de afbeeldingen.
Ontwerpen vanuit context: woningbouw die reageert op de plek
Die heroriëntatie werkt door in het gebouw. Het volume volgt geen vaste vorm, maar reageert op lijnen in de omgeving. “Voor mij is dat essentieel: dat een gebouw niet los staat van zijn context, maar daaruit voortkomt”, legt Jan uit. Ook de gevel is geen vlak geheel. Elke verdieping verschuift ongeveer een halve meter. Dat zie je als je langs het gebouw loopt: het beeld verandert steeds en dat zorgt voor een interessante dynamiek. Die keuze werkt door in het dagelijks gebruik. Jan: “Licht valt anders binnen en buitenruimtes krijgen meer variatie. Zulke effecten bekijk ik altijd direct in mijn model.”
Modelleren met Archicad: direct inzicht in ruimte en licht
Jan werkt al zijn ontwerpen uit in Archicad en gebruikt het model om continu te controleren wat hij ontwerpt. “Iets anders dan Archicad komt er niet in”, lacht hij. “Ik modelleer alles in Archicad en maak ook de renders zelf. Dat doe ik natuurlijk voor presentaties, maar vooral om te testen of iets werkt. Ik wil meteen kunnen zien: hoe valt het licht binnen, hoe voelt een ruimte, klopt het wat ik in mijn hoofd heb? Bij dit project hielp dat bijvoorbeeld bij de verspringingen in de gevel en de uitwerking van de galerijen. Kleine aanpassingen zijn direct zichtbaar, waardoor ik snel kan bijsturen.”
Ik modelleer alles in Archicad en maak ook de renders zelf. Dat doe ik natuurlijk voor presentaties, maar vooral om te testen of iets werkt
Jan Schevers
Slim detailleren: galerijen als volwaardige ruimte én betaalbare oplossing
Snel zo veel mogelijk projecten afwerken, is niet zijn doel. Jan neemt liever de tijd om tot goede oplossingen te komen. Je ziet het terug in de galerijen aan de buitenzijde van het appartementengebouw. “Normaal gesproken vermijd ik galerijflats. Ik vind galerijen onaangename plekken: smal, donker en puur functioneel. Mensen willen er zo snel mogelijk weer weg zijn.”
Omdat het hier wel nodig was, maakte hij er uiteindelijk een ontwerpopgave van. Door de verspringingen en zichtlijnen ontstaat een ruimte die open en afwisselend is. Je kijkt niet in één lange gang, maar steeds in een andere richting. In Archicad kon hij dat blijven toetsen door het gebouw vanuit verschillende standpunten te bekijken. Daarnaast ontwierp hij afrasteringen waar klimplanten tegenaan groeien, waardoor de galerijen na verloop van tijd groener worden.
Lees verder onder de afbeeldingen.
Één stortmal voor productie galerieplaten
De aannemer had aanvankelijk twijfels over de vertanding van de galerijen. “Het oogt complex, maar is technisch slim opgezet. Alle betonnen galerijplaten zijn identiek gehouden. Daardoor was één stortmal voldoende voor de productie, wat bij een project van deze schaal een grote invloed heeft op de kosten”, zegt Jan. De detaillering maakt het ontwerp dus niet alleen ruimtelijk sterker, maar ook uitvoerbaar en beheersbaar.
Van model naar uitvoering: leren van de bouwplaats
In zijn werk als docent legt Jan de link tussen ontwerp en uitvoering. Studenten werken met echte tekeningen en details en gaan op studiebezoek naar de bouwplaats. “Het is altijd weer een mooi moment wanneer studenten hun eigen detail terugzien in de uitvoering”, vindt Jan. “Dan merk je echt dat het kwartje valt.” Wat eerst een tekening is, blijkt ineens een aansluiting die moet kloppen en een maat die precies goed moet zijn. Die stap van model naar werkelijkheid is voor hem een vast onderdeel van het vak.
Woningbouw in gebruik: blijven kijken en verbeteren
Ook na de oplevering blijft het project aan de Stuiverstraat dichtbij. Hij fietst er dagelijks langs op weg naar de TU/e om les te geven. “Ik ga zien hoe het gebouw gebruikt wordt, hoe de galerijen steeds groener worden en hoe het zich verhoudt tot de omgeving.” Dat maakt het werk concreet. “Er wonen straks echt mensen in je ontwerp. Dan merk je pas echt of wat je hebt bedacht ook werkt.”